Waarom je blijft doorgaan, ook als je moe bent
Je werkdag zit erop en je zou het liefst even rustig zitten. Maar thuis wacht nog van alles. Je regelt nog iets, denkt alvast aan morgen en houdt in je hoofd bij wat je vooral niet mag vergeten.
Dus ga je door.
Misschien herken je dat je pas op de bank neerploft als alles klaar is. Of dat je jezelf voorneemt om het vanavond rustig aan te doen en toch weer van alles oppakt. Het kan vast nog wel even. En morgen is het misschien nog drukker.
Voor je het weet is er weer een dag voorbij waarin je vooral deed wat moest. Dan is de vraag: wanneer kom jij aan de beurt?
Zorgen voor anderen is jouw tweede natuur
Als je in de zorg werkt, denk je vanzelf aan anderen. Je ziet wat er nodig is, je voelt je verantwoordelijk en je wilt je werk goed doen. Je schakelt snel, lost problemen op en staat klaar als iemand je nodig heeft. Dat zijn sterke eigenschappen. Ze maken je waardevol voor je cliënten, collega’s en gezin.
Dezelfde eigenschappen zorgen er soms voor dat je jezelf op de tweede plaats zet. Je springt snel in als er iets moet gebeuren. Je laat niet makkelijk iets liggen. En achteraf bedenk je dat je eigenlijk een grens had willen aangeven. Dat komt niet doordat je niet weet hoe belangrijk rust is. Op dat moment ging er gewoon iets anders voor.
Zo wordt doorgaan vanzelfsprekend. Een volle agenda, veel verantwoordelijkheid en het gevoel dat er altijd nog iets te doen is, worden gewoon. Je doet wat nodig is en pakt de volgende taak op, tot je merkt dat er weinig ruimte voor jezelf overblijft.
Doorgaan is vaak geen bewuste keuze
Meestal kies je niet bewust om door te gaan. Je tempo is zo vertrouwd geworden dat je nauwelijks stilstaat bij de vraag of het zo nog bij je past.
Je hoofd staat op doorgaan. Je ziet wat nog niet af is en plant alvast de volgende stap. Daardoor wordt het lastiger om te merken hoe het met je gaat. Heb je rust nodig, beweging, of juist even helemaal niets? En waar heb je vandaag eigenlijk zin in?
Misschien voel je best dat je moe bent, maar schuif je dat gevoel opzij. Eerst dit afmaken. Eerst zorgen dat iedereen geholpen is. Daarna is er tijd voor jou. Alleen komt dat moment zelden vanzelf.
Dat betekent niet dat je het verkeerd doet, en ook niet dat je morgen alles anders moet aanpakken. Het helpt wel om te zien hoe vanzelfsprekend doorgaan is geworden, ook als je eigenlijk iets anders nodig hebt.
Wat als je even niet verder hoeft?
Je hoeft je agenda niet om te gooien en je hebt geen grote veranderingen nodig. Het kan klein beginnen, met een korte pauze waarin je niet vooruitdenkt maar even bij het moment blijft.
Stel jezelf dan één vraag: wat merk ik eigenlijk bij mezelf?
Misschien merk je dat je moe bent. Misschien voel je onrust zodra je even niets doet. Of misschien weet je het niet, omdat je zo gewend bent om bezig te zijn. Ook dat is waardevolle informatie, en je hoeft er niet meteen iets mee te doen.
Door af en toe stil te staan ontdek je wat je nodig hebt en of je daar ruimte voor kunt maken. Dat doe je niet om alles beter te doen, maar om jezelf niet steeds voorbij te lopen. Zorgen voor anderen en betrokken zijn bij je werk betekent niet dat jij steeds als laatste komt. Je hoeft ook niet te wachten tot je helemaal op bent om aandacht aan jezelf te geven.
Neem daarom vandaag deze vraag met je mee:
Waar ga ik op dit moment mee door, terwijl ik eigenlijk iets anders nodig heb?
Wil je dit niet alleen weten, maar ook voelen?
Je weet waarschijnlijk allang dat rust belangrijk is. Toch blijf je maar doorgaan. Dat komt niet door een gebrek aan inzicht. Je hoofd weet het wel, maar je lijf doet nog niet mee. Die verbinding herstel je niet door meer te lezen, maar door het te ervaren.
Tijdens een wandeling buiten merk je wat je lijf je vertelt. Jij ontdekt wat je nodig hebt, op jouw tempo. Zonder schuldgevoel en zonder dat het een extra taak wordt.
Van een lijf dat altijd ‘aan’ staat naar rust en ruimte om weer te voelen wat jij nodig hebt.
Je kiest zelf hoe je begint: met één losse wandeling om te proeven, of met het Buitengewoon Vitaal traject van 5 wandelingen.